We doen vaak alsof de samenleving zonder alcohol niet kan functioneren. Een glas wijn om losser te worden, een biertje om het wantrouwen weg te spoelen, een borrel om eindelijk wat te durven zeggen. Alsof vertrouwen pas ontstaat zodra er iets vloeibaars door ons heen stroomt.
Maar dat is een illusie. Want dezelfde alcohol die ons zogenaamd overeind houdt, slaat ons tegelijk onderuit. Partners die elkaar slaan omdat grenzen vervagen. Kinderen die misbruikt of verwaarloosd worden door volwassenen die niet meer nuchter kunnen denken. Verkeersdoden, ziekenhuisbedden, nachten op de spoedeisende hulp – de samenleving betaalt een hoge prijs voor de schijn van gezelligheid.
Het alternatief ligt voor de hand, maar krijgt nauwelijks aandacht: samen eten. Overal ter wereld is de maaltijd hét ritueel van verbroedering. Rond een tafel verdwijnen verschillen, komt het gesprek op gang en groeit vertrouwen – zonder dat er een druppel alcohol bij nodig is.
Maar in onze cultuur is juist dát het taboe. Je moet eerst “heel goede vrienden” zijn om iemand thuis aan tafel te vragen. Alsof het delen van brood net zo intiem is als het delen van een bed. En dus grijpen we liever naar het glas. Daar zit iets ziekelijks in: we wantrouwen het meest menselijke gebaar, en vervangen het door drank die ons tijdelijk doet vergeten dat we elkaar niet écht vertrouwen. De samenleving blijft overeind ondanks alcohol, niet dankzij.
Echte bevrijding begint bij de eettafel.
