De boog en de pees. Hoe en wat, klapvoet of een bochel, klokkenluider of drummer, rusteloos, paradiddle and flame, de accenten, arrow, de pijl die opgelegd wordt. De rotte appel die in de cider terecht kwam en afgestookt wordt tot een eau de vie, levenswater, grand cru of doux, of de hele mand. Of wat dan ook.
De uitdaging om er liefde in te blazen. En de goden gunstig te stemmen. In het concert des levens. Hoe Beethoven zijn laatste werken niet meer kon horen, of zoals het mij zelf verging toen ik er niet meer in geloofde. De wereld weer open ging, het gereedschap wat ik investeerde, van pas kwam, om een stoel die ik bouwde als pendule schommelstoel, en de tand des tijds, op het vuur of wat er zoal kan gebeuren als het tegenzit. Pinokkio.
En de goede gebeurtenissen als oorzaak en gevolg. Dat ik ooit in die tuin zal komen om het zaad te planten van hoge bomen, en dromen van een grote bank voor vele verhalen van mensen die me dierbaar zijn, Kromme Rijn en het verloop.
Wie het weet mag het zeggen.
Het leven is prachtig als je het niet verwacht. De kinderen, kleinkinderen, zij leven voort als de appel die niet ver van de boom, de beeldhouwer en de bouwer van gedachten en de krachten.

Leo Westra