Hij gooide me er uit, ineens zonder hem, de muren de muren, de beelden de beelden, een ledemaat erbij een ledemaat minder.
Klom het gedicht in de boom, de achtertuin zo leeg, zijn grijphanden boven me, het geluid van de lifthaak, woorden heb ik zoveel, en het geklap van handen over het afscheid dat niet hoefde. Ik ben er aan gewend, ik kan me niet indenken dat de boom er ooit was.
Het valt je niet mee, he? Nee, ik was dol op haar gedicht. Op het podium liet zij het afweten. Breng me naar de geur van mijn lievelingsbloem, hij kon ze niet accepteren.
Hij vond een afleiding. Een boekenkast liep niet. Hoe oud is dat werk. Het idee is dat je moet denken dat hij beroemd is – het lege gazon, de bibliotheek, de stugge vingers – en zijn botten uitrust tegen de zon.
Caddie wat er ook gebeurde, op dat grote veldbed waar het droog was, ik kon slapen en dromen, het achterste gedeelte van mijn tong, het woord waarmee ik alles vervloekte, waar was hij goed voor. Nergens verdomme. Nadat we Ben Hur zagen met Charlton Heston en die wagen die hij droeg voor me. Je moet lopen, kerel, doe het voor mij.
Ik doe het, maar alleen maar voor jou. Die stapel gedichten waar ik niks voor kreeg, wie wilde nou van Caddie een bal terug krijgen.
Hij is altijd een mooie man geweest.
Iedere muur zat vol met Ben Hur, hij was niet uit hun geheugen te slaan. Ik dacht dat ze een slechte relatie hadden, welke muur laat me koud.
Het totaal uitgewiste fragment van Caddie, wie denkt er aan golf, ik ben in het gesprek omhoog geworpen. De stapel groeide zwart van de inkt die ook niet meer zo populair is. Inkt in de inkt.
