Ik sta hier nu al dagen ongebruikt in de hoek. Ik word totaal genegeerd.
Vorige week nog werd ik gestreeld, waardoor ik me tenminste kon uiten. Aan mijn voeten lagen elf vrouwen en één man op kleurrijke matjes te relaxen. Ze hadden hun ogen gesloten, verdwenen in hun gedachten en ademden steeds dieper, tot luid gesnurk de vredige sfeer ruw verstoorde. Zij die mij tot leven wekt, streelde even voort, zette mij daarna behoedzaam op mijn standaard en vervolgde de sessie met behulp van klankschalen.
Die lijken een steeds belangrijkere rol te spelen in haar leven. Terwijl ze mij niet echt kunnen bekoren. Het trillend zoemend geluid werkt op mijn zenuwen. Het lukt me nauwelijks om mijn kast droog te houden, mijn snaren raken gespannen. Ik vrees dat ik op deze manier snel zal verouderen, maar ik kan de paniek gewoon niet onderdrukken.
Mijn levenspartner lijkt van dit alles niets te merken. Ze klaagt weleens, dat ik me de laatste tijd zo lastig laat bespelen. Maar hoe dat komt? Daarvan heeft ze geen enkele notie. Terwijl ik toch al die jaren in haar heb geïnvesteerd. Als kind benaderde ze me vol enthousiasme. Ook toen ze totaal willekeurig aan me plukte, probeerde ik haar te bekoren. Al haar frustraties kon ze op me botvieren. Ik bleef geduldig wachten op het moment dat ik me in volle glorie kon laten horen.
Nu dat eindelijk zover is, raak ik uit de gratie. De klankschalen hebben haar hart gestolen. Samenzweerderig hebben ze mij aan de kant geschoven. Het is ze gelukt mijn geluid te imiteren. Nu rest mij niets anders dan hier in deze hoek te staan verstoffen.
