Wat ik gisteren meemaakte, tart waarlijk elke beschrijving.
In de Dirk was ik, de supermarkt waar ik het liefst zo kort mogelijk ben om mijn bescheiden inkopen te regelen. Het was midden in de middag, niet eens druk. Ik bemerkte dat een keurige oude dame poogde met haar stok een grote glazen pot ingemaakte augurken naar voren te krijgen op het schap. Dat lukte niet goed en haar vergeefse prikken met de stok trok mijn aandacht. ‘Zal ik haar helpen’, vroeg ik me af, maar het was al te laat. De pot met inhoud kletterde op de vloer en de augurken rolden rond terwijl de lucht zich verzadigde met de stank van azijn. Van schrik liet een man een paar meter verderop een fles vierge olijfolie uit zijn handen vallen en gleed meteen uit over zijn zelfvoortgebrachte ongelukkige plas olie. De mand met flesjes Maggi brak gelukkig zijn val en gaf tevens cachet aan de geurenwirwar. Een aangesneld personeelslid caprioolde ook in de maagdelijke olijfolie en de oude dame stond stokstijf van verwarring. Uit een ooghoek zag ik dat twee knapen hun binnenzakken deskundig vulden met flessen wijn die ze overduidelijk niet wensten af te rekenen. Een man pakte een stuk Brie en at het op, terwijl de chaos toenam. Plunderdrang had de macht overgenomen.
Dit is natuurlijk een veelvoorkomende situatie bij de Dirks en Albert Heijns, maar wat mij schokkend beklijfde was mijn eigen gedrag. Ik snelde naar de gebaksafdeling en begon zo gretig mogelijk de Bossche Bollen te verorberen, eten, vreten, schrokken, dat de slagroom op snor, wangen, kin en neus aankoekte. Toen de gemoederen bedaard waren heb ik de dozen maar afgerekend en ging eigensweegs. Je bent ouder en wars van risico’s nemen.

Albert