Ik heb twee grote plastic tassen bij me, zodat ik straks met de sinaasappelen, melk en andere noodzakelijkheden mooi in evenwicht kan lopen. Nu ze nog leeg zijn, wapperen ze een beetje dom door de wind. En jawel, één wappert tegen mijn bril. Ik veeg de tas er van af en mijn bril komt mee.
Waar is dat ding gebleven, ik zie bijna niets meer. Lopen durf ik niet, bang om bovenop de glazen te staan. Ik buk me, voel rondom met mijn handen; geen montuur te bekennen.
Een donkere, mooie stem komt me tegemoet en vraagt: zoek je deze?
Wat een held, het ding is terecht en ik plaats hem opgelucht op mijn neus.
Dankbaar en blij schud ik de man zijn hand. Ik zie zijn prachtige ogen en voel vlinders in mijn buik. Hij kijkt jammer genoeg niet blij naar mij.
Waaròm heb ik helemaal niet gevoeld dat mijn handpalm vol zat met reigerschijt.
