Wat doet het?
Mijn hart doet het. Elke dag weer, ook als ik slaap, als ik ren, als ik fiets en zelfs als ik bewusteloos op de grond lig.
Dan pompt het bloed door mijn aderen. Mijn hartkamers. Mijn aorta. Die nog intact is en niet van onderhoud wordt voorzien. Mijn benen, mijn voeten en mijn tenen. Hoofd, handen, armen en vingers. Een heel netwerk dat zo robuust is en toch zo kwetsbaar. Het hart… in het hart van het lichaam.
Ik zit nietsvermoedend thuis op de bank voor me uit te staren en plotseling voel ik mijn hart heel intens. Mijn ogen puilen uit en ik voel overal stress. Mijn moeder vraagt of alles goed gaat. Ik stamel van nee, maar weet niet wat er mis is. Mijn hart klopt door alsof er niets is gebeurd. Mijn gedachten gaan meteen naar mijn overleden oma, die had een pacemaker. Dát werd haar niet fataal. Ze stierf aan ouderdom. Een ongeneeslijke ‘ziekte’.
Soms twijfel ik aan het ritmegevoel van mijn hart. Vierkwartsmaat gaat nog net maar 5/8 wordt al wat lastiger. Klopt hij wel goed in de maat? Boem, boem, boem… Ik zou geen liedje willen schrijven wat uit mijn hart komt. Dan wordt het een bende. Ik ben liever dirigent in mijn eigen hoofd. Piano, piano.
Luister naar je hart. Het geeft rust. Je moet ervan op aan kunnen dat de volgende slag op het goede moment komt. Ik vraag me nog steeds af of mijn hart op de goede plek zit. Wie weet zit hij stiekem iets naar rechts, ook al heb ik geen twijfels aan mijn ‘linkse hart’.
Dan schiet cupido ook nog een pijl door mijn hart.
Hartelijk bedankt cupido… Liever heb ik die dingen niet.
Ik ben allang blij dat mijn hart klopt. Niet te hard, niet te zacht. Voorspelbaar.
