Wij, Robbie, Henk en ik zaten op de HBS vlakbij het Museumplein. We waren 16 jaar en hadden net als de Beatles lang haar. De school was buitengewoon conservatief, de rector had wel vier dominees in zijn familie. Ons lange haar was een doorn in het oog. Vreemde woordjes stampen, kogelbanen berekenen, uit de bijbel lezen – het kwam ons de strot uit. Robbie stelde voor om het uitgaansleven te verkennen.
Dus op onze schreden naar de Rembrandtbar voor biertjes op het terras, een broodje bal en een potje kegelen in de Bowlingbar. De bar ernaast werd gefrequenteerd door homo’s wat ons soms gratis drankjes opleverde. Zaterdagen naar het Rembrandttheater, een poptempel met optredens van Wally Tax.
Rembrandt keek goedkeurend toe hoe wij de bloemetjes buiten zetten en dacht: “Wat zou ik die jongens graag schilderen, helaas ben ik te stijf.”
Op het Thorbeckeplein had je nachtclubs, rood verlicht. Striptease, dat leek ons wel wat, maar de forse portiers waren onverbiddelijk. Verderop was een interessante kroeg, de Phonobar, rokerig, en er werden jazzplaten gedraaid. Om de hoek kocht je wiet, 10 gulden voor een luciferdoosje. Binnen mocht je dat niet roken dus draaiden we op de kade een joint en luisterden gierend van de lach naar Miles Davis. Je moest wel op je hoede zijn, wiet was streng verboden.
Het uitgaansleven hadden geen goede invloed op onze schoolresultaten, maar tot onze verbazing slaagden we. Bij de diploma uitreiking kreeg je een bijbel. Die hebben we samen verbrand. Eindelijk vrij.

Robbie liftte naar India, naar een verlichtende guru. Wij verlichtten onze geest door te gaan trippen op LSD. Rembrandt overwon zijn stijfheid en maakte toch dat schilderij van ons. Het hangt in het Rijksmuseum en wordt geschat op 100 miljoen euro. Zo zie je maar: VRIENDSCHAP LOONT.

EDSPAN