Liefdesverdriet

Ik sta hier nu al dagen ongebruikt in de hoek. Ik word totaal genegeerd.
Vorige week nog werd ik gestreeld, waardoor ik me tenminste kon uiten. Aan mijn voeten lagen elf vrouwen en één man op kleurrijke matjes te relaxen. Ze hadden hun ogen gesloten, verdwenen in hun gedachten en ademden steeds dieper, tot luid gesnurk de vredige sfeer ruw verstoorde. Zij die mij tot leven wekt, streelde even voort, zette mij daarna behoedzaam op mijn standaard en vervolgde de sessie met behulp van klankschalen.
Die lijken een steeds belangrijkere rol te spelen in haar leven. Terwijl ze mij niet echt kunnen bekoren. Het trillend zoemend geluid werkt op mijn zenuwen. Het lukt me nauwelijks om mijn kast droog te houden, mijn snaren raken gespannen. Ik vrees dat ik op deze manier snel zal verouderen, maar ik kan de paniek gewoon niet onderdrukken.
Mijn levenspartner lijkt van dit alles niets te merken. Ze klaagt weleens, dat ik me de laatste tijd zo lastig laat bespelen. Maar hoe dat komt? Daarvan heeft ze geen enkele notie. Terwijl ik toch al die jaren in haar heb geïnvesteerd. Als kind benaderde ze me vol enthousiasme. Ook toen ze totaal willekeurig aan me plukte, probeerde ik haar te bekoren. Al haar frustraties kon ze op me botvieren. Ik bleef geduldig wachten op het moment dat ik me in volle glorie kon laten horen.
Nu dat eindelijk zover is, raak ik uit de gratie. De klankschalen hebben haar hart gestolen. Samenzweerderig hebben ze mij aan de kant geschoven. Het is ze gelukt mijn geluid te imiteren. Nu rest mij niets anders dan hier in deze hoek te staan verstoffen.

Monique van de Griendt

In-leven

Hij zat op de vensterbank. Een winkeltas op wielen voor zich, naast zich een grote Ikea-tas, alles wat hij had. Zijn kleren waren besmeurd met modder, vet en etensresten. Een groene legerbroek en een grote gebreide trui die hij ergens gevonden had en waar hij al zijn kleren onder kon dragen. Zijn donzen jas lag op de wagen, met daarbij de doos die hem zo dierbaar was. Hij mompelde in zichzelf. Af en toe stond hij op en begon met grote gebaren en harde scheldwoorden tekeer te gaan tegen zijn broer, die hij maar niet uit zijn hoofd kon krijgen. Hij was zich niet bewust van de mensen om hem heen, die op allerlei manieren probeerden hem te vermijden. Soms pakte hij met woeste gebaren zijn Ikea-tas en deed hem als een rugtas om. Hij zette zijn zonnebril op en begon te lopen. Altijd maar lopen, nergens heen, en weer verder en toch maar weer terug.

Die keer zag hij een deur die wagenwijd openstond. Hier moet ik zijn, dacht hij. Hij liep naar binnen. Hij schrok toen de glazen deur voor hem in een snelle beweging open schoof. Het was grijs binnen, de trappen, de vloer, als thuis. Van achter de trap kwam iemand in een uniform op hem af lopen en hij raakte in paniek. Hij rende de trap op en het bovengelegen café in. Hij stond daar binnen, wiegend met zijn hele lijf heen en weer, ineengedoken alsof hij zich moest verdedigen, tegen slaag? Hij joeg de man weg die bij hem probeerde te komen. Niemand wist wat te doen. De geluidsinstallatie ging intussen vloeiend over op het jazznummer “Summertime”, van Louis Armstrong. En terwijl hij zachtjes mee ging neuriën op de hem zo bekende trompettonen van weleer, zakte hij op de grond en begon te huilen.

Ineke van Kampen

Als ik dood ben kruip ik in je oude radio
Ik fluister dan alles wat ik nu niet zeggen kan
Muziek kan soms spreken wat de doden willen zeggen
Zij laten een liedje spreken over wat je wilt horen
Een liedje dat laat zeggen hoe je je voelt
Soms is het een wijze les die je bent vergeten
Die zich op dat moment laat spreken
Soms is het een vrolijk wijsje dat je zorgen doet vergeten
Opdat we in het moment blijven leven

Kom naar huis
Ik houd de deur van het slot
En de ramen open en de lichten aan
Wees welkom om binnen te treden
En dat ik in je armen mag sluiten
Laten we de buitenwereld buiten laten
En ons binnen verwarmen aan de liefde
Ik laat het licht aan zodat je de weg weet

Sophie van der Klashorst

Een luisterend oor

Blij dat ik er ook bij hoor
Even mijn hart luchten
Door
Wat slakende zuchten
Deel ik mijn smart
Dat maakt me iemand
Met een blij hart

Gedeelde smart
Maar verdubbeling van vreugd
Ondanks mijn beperking
Heb ik een ongelooflijk doorzettingsvermogen
Geleerd in mijn jeugd

Allemaal verbazende ogen
Hoe ik op rolletjes over de wereld ga
Met mijn big smile
Over straat

Door mijn behulpzaamheid
Sta ik altijd paraat

​

Diana26

Anoniem

Capuchon op, niet tegen de kou, pet eronder.
Blik op trottoirtegels gericht,
ook een soort oneindig.
Smartphone in rechterhand;
meestal dubbelfocus: één oog
voor het scherm, één voor de stoeptegels.
Niet tweetalig, maar eenkennig.
Signalement voor hoeveel stadsmensen?

Geen megafoon schuin over de schouder, geen oortjes in.
Een gang die op telgang lijkt,
met toch maar twee benen.
Niet aanspreekbaar, loopt elk stemlokaal voorbij,
met onbekende missie.

Beweegt het trottoir, of
maakt de wandelaar vorderingen?
Op de telefoon beweegt een stadsplan; verwissel
het noorden en zuiden en
de looprichting kantelt, samen
met de bestemming naar onbekend.

Spoorzoeken voor anoniemen – kan een hele dag beslaan.
Een spoor volgen, of zelf maken?
Zoals Winnie the Pooh en Piglet,
wandelend in de sneeuw.

Een partij om op te richten: de 70-ers van nu.
Een halve stad vol alleenstaanden.
Ze rekenden op gezellig in groepen oud worden,
geen stadsplan nodig, oude routes.
De grootfamilie is lang geleden opgeheven,
de mantelzorger
wordt betaald voor een uur per week.
Schaduwen van wandelaars in de straat.
Zonder elkaar te groeten, leef je langer.

70-plussers, verenigt u!
Gooi die hoodie af, laat telefoon thuis!
Zing een lied, ga naar de musical Onze Jordaan.
Olie uw gewrichten en verbaas de goegemeente met
een sprong in de lucht, de voetzolen snel tegen elkaar!
De kermis is er ook voor u; het meisje van
de ballengooitent ziet er kek uit!
Gesterkt gooit u een teddybeer omver uit de voorraad
en geeft die aan haar.
Hoffelijk nog steeds, laat de achtbaan maar zitten.
Een route is niet nodig. Raak schieten doe je met de juiste focus.
Een kalkstaafje hoeft maar stuk, en
weer een trofee, voor wie die niet meer nodig heeft.

De 70-plusser is van nature ‘politicus zonder partij’,
maar zonder hoodie
liggen de gesprekken op straat voor het oprapen!​

Maarten Pieter