Wachten

Het is laat. Het is laat en het gaat nog een stuk later worden voor ik thuis ben. Het is nu 12 uur ’s nachts en mijn trein komt pas om vijf voor half één. Bijna een half uur wachten dus in dit tochtige station. En als ik ergens de schurft aan heb, is het wachten. Als er op een mooie, zonnige dag drie mensen in de rij staan te wachten om een ijsje te kopen, zijn mijn hart en goede zin al verkild en sla ik mijn beurt over. Zonder ijsje valt ook heel goed te leven; als ik mijn vrijheid om te bewegen maar heb. 
Maar nu is er geen ontkomen aan. Ik ben met een vriend uit wezen eten in zijn stad en kan door de wijn natuurlijk niet met mijn eigen auto. De trein is dan het alternatief, maar dat betekent wel wachten.
Op dit tijdstip wordt nauwelijks nog gereisd. Ik kijk om me heen en zie slechts drie lotgenoten. Een echtpaar op leeftijd dat een verveelde indruk maakt en een wat a-typisch geklede dertiger. Deze laatste is net ontslagen, heeft daarom wat gedronken, heeft geen partner om hem op zijn kledingkeuze te wijzen. Althans, dat vul ik gewoontegetrouw allemaal voor hem in.
Dan loopt de man naar een piano die op het station voor publiek gebruik aanwezig is. Hij speelt zachtjes My funny Valentine. Het is prachtig! Hij ziet dat het verveelde echtpaar en ik enthousiast van hem worden en gaat aangemoedigd verder met enkele geweldige nummers uit het Great American Songbook. Het echtpaar doet een klein walsje en ik zing zachtjes mee en ga in de muziek op.
Precies tijdens ons klaterende applaus, het is inmiddels vier voor half één, zien we onze trein het station verlaten.

Frank van der Horst

Wie wil je zijn

Ver weg van huis.
Het gras is groener 
maar dit voelt niet als thuis. 

Vroeger nog autoramen boenen.
En nu meisjes om snapchat vragen 
voordat je gaat zoenen.

Justitie op de loer.
Want je hebt geen rolmodellen hier
zoals je broer.

Vaak van huis.
Want je voelt je opgesloten.
Net een kluis. 

Er wordt gekankerd.
Door mensen die hier op dit voetstuk
langer hebben gejammerd.

“Kut-buitenlander.”
“Weg ermee AZC.”

Iedereen speelt in het donzige Binnenhof.
Maar jij doet niet mee.

In jouw tijd kreeg je van je buren nog veel lof.
Maar nu ga je telkens door het stof. 

‘Wat wil je toch met je leven?’
vraagt een begeleider. 

Niemand die het weet. 
De fikse rekening is leeg.
Voelt weer als een steek.

Je rookt alleen maar wiet.
En men ziet je bagage niet.

Wie wil je zijn in dit nieuwe gebied.
Een alien?
Of een astronaut
die terug wordt geschoten 
als een meteoriet.

Besef wel: er zijn meer opties. 
En zolang jij zegt: ‘Ik weet het niet’
blijf ik doorschrijven.
Totdat jij inziet
dat je meer bent 
dan alleen een geschreven lied. 

Slowly-D

Diversiteitsbewustzijnsdag

Wat mij dwars ligt. Men heeft het over een multiculturele samenleving maar ik heb het gevoel dat het nog steeds geen ‘everything will be allright’ is in ons samenzijn. Vooral op de werkvloer of op festivals maar ook op reis. Het woordje ‘multicultureel’, dat is toch neem ik aan allesomvattend? Laten we dit dan ook landelijk accepteren. Dan zal men zeggen, ach het valt wel mee allemaal. Maar in het verborgene zijn nog steeds allerlei narige gebeurtenissen die niet zijn te overbruggen. Ik was eens met een zwarte jongeman in de natuurwinkel en direct waren alle ogen op hem gericht. Ik was er echt van geschrokken. Dus wat mij betreft: laten we nu eens de diversiteit in onze samenleving accepteren. Wat voor kleur, of wat je maar wil zijn. Dat het kan.

Bianca

Lente

Ik heb twee grote plastic tassen bij me, zodat ik straks met de sinaasappelen, melk en andere noodzakelijkheden mooi in evenwicht kan lopen. Nu ze nog leeg zijn, wapperen ze een beetje dom door de wind. En jawel, één wappert tegen mijn bril. Ik veeg de tas er van af en mijn bril komt mee. 
Waar is dat ding gebleven, ik zie bijna niets meer. Lopen durf ik niet, bang om bovenop de glazen te staan. Ik buk me, voel rondom met mijn handen; geen montuur te bekennen.
Een donkere, mooie stem komt me tegemoet en vraagt: zoek je deze? 
Wat een held, het ding is terecht en ik plaats hem opgelucht op mijn neus.
Dankbaar en blij schud ik de man zijn hand. Ik zie zijn prachtige ogen en voel vlinders in mijn buik. Hij kijkt jammer genoeg niet blij naar mij.

Waaròm heb ik helemaal niet gevoeld dat mijn handpalm vol zat met reigerschijt.

Ruby van der Horst

Onze Alexander moet aan de vrouw

Zullen we een feestje bouwen, maar echt heel gauw. Voordat hij zijn oog laat vallen op een prinses die blowt of snauwt. 
Om kandidaten uit te nodigen voor het feest gaan de ouders B en C heel Europa door en zelf ver over zee.
Grote drukte op de dag van het feest. Een stoet mooie dure auto’s glijdt door de straten van Den Haag en de dames die uitstappen zijn om door een ringetje te halen: groot, slank, dikke billen, in alle maten en soorten. Dress to kill, want die Alexander is een felbegeerde vrijgezel. Hij is niet alleen rijk, maar ook sportief, sociaal, goedlachs en veelbelovend. 
Het personeel heeft dagen lopen poetsen, boenen en er zijn heerlijke gerechten bereid: pom, pastei, roti en nog wat kroketten en bitterballen. Drank is er ook genoeg: gemberbier, orgeade, limonade, Parbo bier en ook Heineken en Coca-Cola, voor wie dat lust. B. en C. leiden vol trots Alexander de feestzaal binnen. Zij hadden reeds rondgekeken en er zijn zeker twee kandidaten die erg in de smaak vallen. Wel uit een ander werelddeel. Zou Alexander vallen voor een warme dame met pit? Nou B., ik hoop het wel, zegt C.
Het wordt een avond om nooit te vergeten: er wordt gedanst, gesjanst en geschranst. Alexander is overduidelijk het middelpunt van het feest. Helaas krijgt hij last van keuzestress. Hij hoopt dat de mooiste prinses één schoen zal achterlaten. Maar in plaats daarvan blijven er tig schoenen liggen. Zou het opzet zijn? 
Alexander besluit met de grootste schoenmaat op zoek te gaan naar zijn toekomstige bruid. Hij wil niet zo’n poppetje maar een vrouw die stevig in haar schoenen staat. Dus gaan de bediendes met schoenmaat 41 langs alle dames van het feest. Ze moeten zelfs de oceaan over naar Zuid-Amerika. En ja hoor, in Paramaribo vinden ze Minima, onze toekomstige koningin! Met een tattoo: black don’t crack.

Lilian Eline

Uit het hart

Wat doet het?
Mijn hart doet het. Elke dag weer, ook als ik slaap, als ik ren, als ik fiets en zelfs als ik bewusteloos op de grond lig.
Dan pompt het bloed door mijn aderen. Mijn hartkamers. Mijn aorta. Die nog intact is en niet van onderhoud wordt voorzien. Mijn benen, mijn voeten en mijn tenen. Hoofd, handen, armen en vingers. Een heel netwerk dat zo robuust is en toch zo kwetsbaar. Het hart… in het hart van het lichaam. 

Ik zit nietsvermoedend thuis op de bank voor me uit te staren en plotseling voel ik mijn hart heel intens. Mijn ogen puilen uit en ik voel overal stress. Mijn moeder vraagt of alles goed gaat. Ik stamel van nee, maar weet niet wat er mis is. Mijn hart klopt door alsof er niets is gebeurd. Mijn gedachten gaan meteen naar mijn overleden oma, die had een pacemaker. Dát werd haar niet fataal. Ze stierf aan ouderdom. Een ongeneeslijke ‘ziekte’.

Soms twijfel ik aan het ritmegevoel van mijn hart. Vierkwartsmaat gaat nog net maar 5/8 wordt al wat lastiger. Klopt hij wel goed in de maat? Boem, boem, boem… Ik zou geen liedje willen schrijven wat uit mijn hart komt. Dan wordt het een bende. Ik ben liever dirigent in mijn eigen hoofd. Piano, piano.

Luister naar je hart. Het geeft rust. Je moet ervan op aan kunnen dat de volgende slag op het goede moment komt. Ik vraag me nog steeds af of mijn hart op de goede plek zit. Wie weet zit hij stiekem iets naar rechts, ook al heb ik geen twijfels aan mijn ‘linkse hart’. 

Dan schiet cupido ook nog een pijl door mijn hart.
Hartelijk bedankt cupido… Liever heb ik die dingen niet.
Ik ben allang blij dat mijn hart klopt. Niet te hard, niet te zacht. Voorspelbaar.

Olivier Vos