Kleinood

Woorden zijn geweldig.
Daden zijn nog beter.

Met daden kun je voeden, kun je zaaien, kun je oogsten.
Woorden kunnen kwetsen
maar
daden kunnen zelfs doden.
Doe niets wat je niet onder woorden wil brengen.

Geïnspireerd op het stadsgedicht “Voor als je vijftien bent” van Ellen Deckwitz

Sarah bat Yitzchak

What the world needs now

Corrie van Binsbergen, wie kent haar niet? Jazzgitarist in ruste, maar wel iets minder rust sinds ze van het Bimhuis een opdracht kreeg voor een persoonlijke compositie. En of ze dan gelijk ook maar haar gitaar mee wil nemen op het podium. Om te beginnen dat van het Bimhuis in Amsterdam, en meer podia in Noord Holland.

We strijken neer in De Volharding, een gereformeerd kerkje in Zaandam. Haar overwegend jonge muzikanten trakteren op muziek bij citaten die Corrie inspireren, van Frank Zappa, de dalai lama, Nina Simone. En klinkt daar niet de stem van Jane Goodall? En zo maar door. Beng, dreunt het slagwerk onheilspellend, dan weer fluistert de trompet en vindt steun bij de altsax.

De bovenramen van het kerkje aan de Zaan onthullen de blauwgrijze lucht. De takken van de nog kale bomen steken er grauw tegen af.
Op de achtergrond speelt de ondertoon van de Zaan. Sinds hoelang al niet, langer dan het kerkje, langer dan de preken om het water het hoofd te bieden. In de Volharding bezweert nu de muziek van Dionne Warwick: ‘What the world needs now, is love, sweet love’.

Mardet

Mijn Optimisme

​Het wormen en kruipen
Het woelen en wringen
Op de tenen lopen en sluipen
Het schuren en verduren
Het aanpassen, zich verliezen
En dan die ingewikkelde blik
Wie ben ik

Met de ziel onder de armen
Onverwerkte shit en rommelige darmen
Rusteloos wroeten in het bestaan
Slenterend achter in de rij
Jij hoort er niet bij

Gelukkig heb je jouw geheime ontmoetingen
Je innerlijke dialogen met god
Of andere bekenden
En jouw fantasieën

Dromend, veilig in bed
Spin je jouw onzichtbare jas
Onbewust komt ie vaak goed van pas
Schitteren door afwezigheid
In de zogenaamde realiteit

Nu staat de wereld in brand
Mensen lopen verloren
Een ieder op de rand
Van niet weten
Waar naar toe
Dat ongemak, onveiligheid
Jij nu ook de weg kwijt?

Zo lang achter gelopen in de rij
Nu langzaam, ingelopen
Nog even
Dan menigeen voorbij

De weg naar intiem
Met zichzelf, god of fantasie, die bekende
Die innerlijke dialoog die
Ergens in jezelf, je hart, of hoofd
Kan worden doorgegeven
Met kunst, ont-moetingen, verhalen

Hè wat fijn
We ademen
Een wonder
We leven

Daniel Declercq

Hart

Als een baby geboren wordt, houd je het vast tegen je hart. Later zeg je ‘heb je je bezeerd, hartje?’. Je hoopt dat zij niet harteloos wordt. Toch gaat dat hartje weleens nukken. Dan valt het beeld van hart in stukken. Hartig eten, de een houdt ervan, de ander niet. Binnen gezinnen kunnen daar hartige meningsverschillen uit komen. Hart smijten op een ander zijn hart is een symptoom tegenwoordig. Hart liegen kom je weleens tegen, oh wat harteloos. Om oude harten wordt niet meer gegeven. Die kijken en smeken maar zijn ondertussen hart geworden. Oude harten kunnen wel erg hart praten. Ze vergeten dan de andere harten. Liefde met heel je hart, wat naar als daarop getrapt wordt. Bijna zou je daar zelf harteloos van worden. Dan heb je kans dat niemand jou hartelijk meer vindt. En het mooiste dat je kan overkomen? Een hartelijke man, waarnaast je zelf ook hartelijk wordt. Hartelijkheid maakt je rijk!

JUUT

Norse overpeinzingen

Een bom erop dat dacht ik
Toch ben ik geen slechterik
Mijn excuses, maar 35 jaar eerder
Toen de ING nog op mijn gemoed teerde
Was ik niet onder de indruk van deze wijk
Mijn explosief idee gaf daarvan blijk 

In dit betonnen en bakstenen gehucht
Geeft men GEEN bedrijfsfeest – diepe zucht
Mijn hart was als steen en koud
Noord was als stadsdeel zo errug fout

Fast forward zoals wij Batavofielen 
Plachten te zeggen zonder pielen
… Noord is zowaar leuk.
Hoe kan dat opeens? Goede meuk!

Misschien de twee stations van de metro?
De yuppen, jaaaaaren in vitro
Zowaar ineens Noorderlingen van het eerste uur
Gestaald door het Noordergasfabriek-vuur

Dat zal het wel zijn: alles in verf en gerepareerd
Wat hebben we nu geleerd?
Voor de mannen en vrouwen met oud en nieuw geld
Wordt alles gemeld en hersteld

Gregory Robert Manberg

Wachten

Het is laat. Het is laat en het gaat nog een stuk later worden voor ik thuis ben. Het is nu 12 uur ’s nachts en mijn trein komt pas om vijf voor half één. Bijna een half uur wachten dus in dit tochtige station. En als ik ergens de schurft aan heb, is het wachten. Als er op een mooie, zonnige dag drie mensen in de rij staan te wachten om een ijsje te kopen, zijn mijn hart en goede zin al verkild en sla ik mijn beurt over. Zonder ijsje valt ook heel goed te leven; als ik mijn vrijheid om te bewegen maar heb. 
Maar nu is er geen ontkomen aan. Ik ben met een vriend uit wezen eten in zijn stad en kan door de wijn natuurlijk niet met mijn eigen auto. De trein is dan het alternatief, maar dat betekent wel wachten.
Op dit tijdstip wordt nauwelijks nog gereisd. Ik kijk om me heen en zie slechts drie lotgenoten. Een echtpaar op leeftijd dat een verveelde indruk maakt en een wat a-typisch geklede dertiger. Deze laatste is net ontslagen, heeft daarom wat gedronken, heeft geen partner om hem op zijn kledingkeuze te wijzen. Althans, dat vul ik gewoontegetrouw allemaal voor hem in.
Dan loopt de man naar een piano die op het station voor publiek gebruik aanwezig is. Hij speelt zachtjes My funny Valentine. Het is prachtig! Hij ziet dat het verveelde echtpaar en ik enthousiast van hem worden en gaat aangemoedigd verder met enkele geweldige nummers uit het Great American Songbook. Het echtpaar doet een klein walsje en ik zing zachtjes mee en ga in de muziek op.
Precies tijdens ons klaterende applaus, het is inmiddels vier voor half één, zien we onze trein het station verlaten.

Frank van der Horst