Zwaaien naar een dakloos dak

Iemand ziet een oceaan van melk*
De golven rollebollen over de dijk
De gedachten zijn net niet te vangen
De doodgraversjas ligt in een plas

Gevangen in een hersenkloof
Gevangen als een roerloos konijn
Gevangen door de wind
Gevangen in een lichaam

Wieltjes willen welwillend verrukken
Wieltjes wagen zachte wangen
Wieltjes draaien dramatisch door
Wieltjes blokkeren het eendrachtskoor

Zwaaien met de vlag van brommende snorren
Zwaaien op een donkere dag
Zwaaien naar een dakloos dak
Zwaaien onder een berg kranten

Daniel Declercq

*uit gedicht ‘Openingszinnen’ van Joost Oomen

De herfst

De herfst… heeft zoveel emotionele facetten. Iets magisch. De dagen worden korter en mij bekruipt dat de elfen en kabouters zich roeren. Opletten geblazen. Geritsel, vooral in het bosgebied. Een gevoel van spanning. Verhalen over de kleine geesten doen hun best het nog magischer te laten voelen. De avond valt met praktische geheimzinnige kleurschakeringen om het geheel nog meer kracht te geven. Zo intens dat men de stem automatisch laat zakken en behoedzaam de weg verkent. Alle zintuigen tot het uiterste gespannen, wat vaak ondraaglijke spanning teweeg brengt. Maar zo mooi. Ik omarm de herfst omdat ik altijd in de herfst jarig ben. Vol magie en zo verstillend, zodat de lente in al haar pracht zich openbaren kan.

​Ada Klootwijk

In het park

de grond waarop
ik loop
op elke stap
voorwaarts

er hangt een waas
van zuchten
tussen de bomen

lage takken
vangen elk woord
elke gedachte

geven dit door
als de duisternis
valt

heel wat wandelaars
komen hier
hun hoofd leegmaken

in het park
worden verhalen
geschreven

Pieter Groen

Free write

Mijn leven leef ik als ’n groot feest, alleen moet je zelf de slingers ophangen. Maar ’t leven kan ook verschrikkelijk pijn doen, zoals ’n mooie rode roos. Zo fleurig, maar er zitten doorntjes aan en die doen pijn als een speldenprik.

Dan liever op de kermis, met ’n draaimolen en knikkeren in de zonneschijn. Met allemaal zonnestraaltjes, dat zijn de lieve mensen om mij heen!

Diana ’24

De schoot van de godinnen

Ik zie je overal, doe je overall uit, over all gezien zie ik je, all over… is het nu al over?

Moeilijk te bevatten, gezien ik je overal zie, ben je daar nog? Van de berg gevallen? Of aan de blauwe hemel? Er zijn vast meerdere berggevallen, vallende berg is de oplossing, zegt Vallende Berg, het indianenopperhoofd, door erosie, zegt Splijtende Berg, zijn stamoudste. Ik denk aan de blauwe hemel, maar mogelijk is die grauwe kloof hoopvoller, dood liever levend… tenzij in het eerste geval de blauwe hemel leven herbergt… Mogelijk zou dan het eerste geval alsnog kunnen. Hopelijk leef je in die vallei, de schoot van de godinnen, lelie van de vallei, het besluit is afdalen, niet afdwalen. Door afdaling stijg je, in mijn achting, ik hoop je vruchtbaar te vinden, in verwachting.

Ik zal je wederzien.

Marcellius

Als ik een landschap was

Als ik een landschap was. Dan was ik een weiland, in alle verschillende tinten groen, afhankelijk van de zon die op me brandt, en de wind die met mijn grashalmen speelt. Ze buigen en weerbuigen, ze glimmen en zwaaien naar de zon. Ik hoor de grutto’s en ik zie de kleine pulletjes krioelen door het gras terwijl ze insecten verorberen.

Ik hoor de stem van de leeuwerik jubelen, heel hoog in de lucht. Een enkele haas beroert mij, al rennend in zijn vlucht. De bloemen in mijn vacht die mij kleuren zijn helder en vruchtbaar, net als de aarde die mij de kracht geeft alles op mij te laten groeien. Mijn uitzicht is groots, is ruimte, en ik bied het uitzicht de ruimte om mij te omarmen, binnen de bosschages aan mijn zijkanten.

Onder mij in de koele, vochtige grond zetelt de bron van mijn bestaan, bacteriën, voedingsstoffen, wormen, mollen en ander leven dat de bodem rul, bros en eetbaar maakt. Soms zie ik reeën. Soms zie ik groepen vogels overtrekken naar het zuiden, naar het noorden, en weer terug.

Maar nooit zal ik mijn plaats verlaten. Voor eeuwig gevoed en voor eeuwig voeding, in licht en in donker, in vocht en in warmte. Met de wisseling van de seizoenen wissel ik van uiterlijk. En dat zal eeuwig zo zijn.
Als ik een landschap was….

Ineke